Artikelen

Draaihals

Draaihals


Op zaterdag 11mei jl. meldde de familie Kruidenier uit Bakkeveen dat zij een Draaihals in de tuin hadden gezien. Nadat een vogelgids was geraadpleegd, wisten ze uiteindelijk de vogel als Draaihals te determineren. Zij meldden: “Als je hem één keer gezien hebt weet je het voor altijd. Zo apart”. In hun vorige woonplaats hebben ze hem ook al een keer in de trektijd in de tuin gehad. Hij zat op het pad. Daar zijn altijd wel mierennesten langs. Eerst zat hij wat achter heideplanten, maar later zat hij heel mooi zichtbaar. Zij zijn zeker van hun waarneming.

Ondergetekende is dat ook. De beschrijving sluit een andere vogelsoort uit.

 

Herkenning

De Draaihals zit qua grootte tussen een Huismus en een Spreeuw in. Het is een Spechtachtige, maar hakt zelf geen holtes. De zeer aparte, zeg maar boomschorsachtige tekening, sluit alle andere vogelsoorten uit.

De bovenzijde is bruin/grijs met zwart wit gemengd (boomschorstekening). Een zwarte streep loopt van nek tot over de mantel. Ook de wenkbrauwstreep, lopend naar beneden tot diep in de nek en de bovenlijn van de vleugeldekveren zijn eveneens zwart.

De vleugels zelf zijn bruinig met zwart/witte lijntjes. De staart is bruin met zwarte dwarsbanden en is niet opvallend lang. De onderzijde is grijswit met donkere bandjes. De keel is eveneens gebandeerd, maar op een gelige ondergrond. Kop, nek en mantel zijn verder grijs.

Het gedrag is wel een belangrijk kenmerk. Op de trek wordt hij relatief vaak kruipend en hippend op de grond gezien, op jacht naar mieren. Soms valt de vogel nauwelijks op door zijn perfecte schutkleur. Op de trek zit hij ook wel in bosjes of stil op een tak en wordt dan vaak gewoon over het hoofd gezien.

De naam Draaihals geeft aan dat de soort de kop vrijwel achterstevoren kan draaien. De roep laat hij soms horen op de trek. Een alarmroep is een serie harde “tek, tek”roepen. De zang is een torenvalkachtig : “Kie, kie, kie, kie”, ook wel te verwarrren met de Kleine Bonte Specht. De roep klinkt echter klagerig.

 

Broedgebied

De Draaihals broedt in open bosgebied, randen van loofbossen, boomgaarden en ook solitaire bosjes op zandig heideterrein. Hij broedt in zeer klein aantal in ons land, waarbij de Veluwe de meeste kans biedt. In het noorden van ons land zou de vogel sporadisch kunnen broeden. In Friesland dan in de bos en heide gebieden van Appelscha en Bakkeveen, of in Gaasterland. In het buitenland in dezelfde biotopen in Oost-Europa, vooral in Polen, Rusland, Wit-Rusland, Oekraïne en verder in Zuid-Skandinavië,  vooral Zweden en Finland.

De soort was in Nederland (pakweg een honderd jaar geleden) een regelmatige broedvogel, maar door het verdwijnen van schrale graslanden, gebruik van bestrijdingsmiddelen die het mierenbestand behoorlijk hebben uitgedund, komt hij minder voor. Ook het verdwijnen van boomgaarden moet worden genoemd.

Broeden doen ze in nestkasten en holle bomen met oude spechtenholen en andere holtes.

 

Broedperiode


Van eind april tot eind juni, maar vooral in mei. Let dan vooral op roepende mannetjes in geschikt gebied. Maar…. er komt eveneens doortrek voor in dezelfde periode. We moeten daarom een broedgeval met zekerheid vaststellen door twee waarnemingen met een tussenperiode van meer dan een week.

(bron: Vogelinventarisatie, Vogelbescherming).

 

Trekperiode

Vanaf half april tot diep in mei, maar vooral begin mei, loop je de kans om de Draaihals tegen het lijf te lopen. De vogel is dan aan te treffen in parkachtige landschappen, boomgaarden) (ook begraafplaatsen), houtwallen, wegbermen, spoorbanen, tuinen en parken in de bebouwde kom.

De trefkans is het grootst op de Waddeneilanden en langs de kust in dezelfde biotopen.

Ook in het najaar, september tot in oktober, kun je de soort aantreffen.

 

Voorkomen in onze omgeving

Ik herinner me nog mijn eerste waarneming in 1980 (op 7 mei). De vogel zat op het tuinpad en at mieren. Dit was op ons toenmalige adres aan Blauhus 1 te Bakkeveen.

7 mei werd een legendarische datum. Namelijk op 7 mei 1982 trof ik de soort aan op de Duurswouderheide. In 1985, 1986 en 1988 (alle op 7 mei) werd de soort gezien in een tuin aan Stoukamp 14, waar familie van der Meer woonde. Ja, geachte lezer, u begrijpt dat 7 mei een datum is waarop nog steeds scherp word gelet in ons dorp op de Draaihals.

Andere data:

30 april 1987: Eveneens in de bekende tuin aan de Stoukamp!

29 mei 1991 : Luid roepende vogel net achter het huidige volkstuincomplex (broeden niet aangetoond).

9 september 1991: Duurswouderheide (langs het pad foeragerend).

12 mei 2005:Bakkeveen. Melding van Jan v/d Vaart (vogel dood onder een raam).

En dan op 11 mei 2013 dus de melding van de familie Kruidenier.

Voor meldingen van vogels die u nog paraat heeft, houd ik mij aanbevolen.

 

Interpretatie waarnemingen

Zoals de lezer kan opmerken zijn het vooral waarnemingen van foeragerende vogels met een sterke voorkeur in tuinen en dan jagend op mieren.

Het loont de moeite om eind april/ begin mei in je tuin te letten op de Draaihals. Een vogel die mij in ieder geval tot de verbeelding spreekt. Een heel aparte vogel, zei ook de familie Kruidenier.

Broeden in onze omgeving is nog steeds mogelijk. Te denken valt in randbosjes in de Bakkeveenster Duinen, Allardsoog, Duurswouderheide en mogelijk ook Slotplaats. Denk ook aan het Blauwe Bos en het Wijnjeterper Schar. Uiteraard ook Beetsterzwaag (bossen die beantwoorden aan de beschrijving van de biotoop).

Het beste is dan in de baltstijd (eind april/mei). Nadien zijn ze erg stil.

Meldingen graag bij ondergetekende. Geheimhouding gegarandeerd.

De familie Kruidenier wordt van deze kant bedankt voor het doorgeven van de melding.

Verdere meldingen (uiteraard ook zeldzame broedvogels) graag weer bij mij.

Koert Scholten ()

 
Koert Scholten / september 2013

« terug naar overzicht artikelen